Twaalf blokken tussen de Stadhouderskade en de Albert Cuypstraat, in De Pijp in Amsterdam. In 1872 kregen de straten hun namen - Frans Hals, Gerard Dou, Quellijn - en werden ze volgebouwd met kleine woningen voor arbeiders. Recht, eentonig, geen boom te bekennen. Dat was de buitenkant. Daarbinnen gebeurde van alles. Rond 1900 zaten hier de nachtclubs, en in een kelder om de hoek zong een diamantbewerker liedjes over armoede die later het Nederlandse cabaret zouden worden genoemd. Daarna kwamen de winkeliers, de gastarbeiders, de krakers, de studenten, en inmiddels de koffiebars. Van melkboer tot havermelk, in anderhalve eeuw.
Wat al die tijd hetzelfde bleef: de Frans Halsbuurt is klein genoeg om elkaar tegen te komen, en groot genoeg om elkaar mis te lopen. Er gebeurt hier veel: mensen die een buurtborrel optuigen, een gevel vergroenen, een winkel beginnen, of gewoon een oogje op de straat houden. Alleen weet lang niet iedereen dat van elkaar.
Daar is deze site voor. Eén plek waar je ziet wat er speelt, wie er wonen en werken, en waar je zelf iets kunt neerzetten. Van een vergadering tot een verdwaalde kat.
De site wordt gemaakt door de Frans Hals Buurtvereniging, maar hij is niet van ons. Wij zorgen dat hij bestaat en blijft draaien. Wat erop komt te staan, plaats je zelf. Rondkijken kan altijd. Wil je zelf iets plaatsen, maak dan even een profiel aan. Maak een profiel aan.